Drievuldigheidszondag – 31 mei 2026
bij Joh 3,16-18 uit Augustinus’ Io.eu.tr. 12,12
”God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen maar om de wereld door Hem te redden.” (Joh 3,17) Voor zover het dus aan de geneesheer ligt, dient zijn komst om de zieke te genezen. Wie de voorschriften van de geneesheer niet wil naleven, veroorzaakt zijn eigen ondergang. De Redder is naar de wereld gekomen en Hij heet natuurlijk Redder van de wereld omdat Hij is gekomen om de wereld te redden, niet om die te veroordelen. Wilt u niet door Hem worden gered? Dan zult u door eigen toedoen veroordeeld worden. En waarom zeg ik eigenlijk: “zúlt u veroordeeld worden?” Hoor wat er staat: “Over wie in Hem gelooft, wordt geen oordeel uitgesproken, maar wie niet in Hem gelooft …” en nu hoopt u natuurlijk dat er zal staan: die wordt veroordeeld. Maar er staat: ”die ís al veroordeeld.” (Joh 3,18) Dat vonnis is nog niet openbaar gemaakt maar het is al wel geveld. De Heer kent immers wie Hem toebehoren (2 Tim 2,19). Hij weet wie er standhouden tot aan de kroon en wie tot aan het vuur. Hij kent het koren op zijn dorsvloer en het kaf, Hij kent het goede gewas en het onkruid Mt 13,24-29 en 36-43). Wie niet in Hem gelooft, is al veroordeeld. En waarom? Omdat hij niet heeft geloofd in de naam van Gods eniggeboren Zoon (Joh 3,18).
Uit: Aurelius Augustinus – Geef mij te drinken: verhandelingen 1-23 over het Johannesevangelie. – Budel: Damon, 2010.- p.267 (= Io.eu.tr. 12,12)
