1 november 2026 – Allerheiligen
bij Mt 5,1-12a uit Augustinus’ sermo 53A,1
Samen hebben we naar het heilig evangelie geluisterd, geliefde broeders en zusters. Moge de Heer me helpen nu we het gaan hebben over het stuk dat zojuist voorgelezen is. Dan kan mijn uitleg geschikt worden voor u en vrucht dragen in uw gedrag. Als we naar het woord van God luisteren, is de eerste les namelijk dat ons gedrag in overeenstemming dient te zijn met wat we te horen krijgen. We mogen niet proberen om het woord van God met onze mond te prijzen terwijl we met onze levenswandel laten zien dat we het in de wind slaan. Als iets wat wordt gezegd, al aangenaam is om te horen, hoeveel aangenamer is het dan niet om het in praktijk te brengen? Ik ben in dit verband de zaaier, en u de akker van God (Mt 13,24.37-38). Moge het zaad niet verloren gaan en moge de oogst vrucht dragen.
Uit: Aurelius Augustinus – Van aangezicht tot aangezicht: preken over teksten uit het evangelie volgens Matteüs, – Amsterdam : Ambo 2004 (- Budel : 2010), p. 111 (sermo 53A,1)
