18de zondag door het jaar – 1 augustus 2027
bij Joh 6,24-35 uit Augustinus’ verhandelingen over het Johannesevangelie 24,10:
Jezus zei: “Waarachtig, Ik verzeker u: u zoekt Mij niet omdat u tekenen hebt gezien, maar omdat u mijn brood hebt gegeten. (Joh 6,26) U zoekt Mij vanwege het stoffelijke, niet vanwege het geestelijke.” Hoeveel mensen zoeken Jezus niet om weldaden van Hem te ontvangen die maar tijdelijk zijn? De een is verwikkeld geraakt in een proces en zoekt de bemiddeling van de geestelijken. De ander wordt in het nauw gebracht door een machtig persoon en zoekt zijn toevlucht in de kerk. Een derde wil dat er voor hem een goed woordje wordt gedaan bij iemand die zich weinig aan hem gelegen laat liggen. De een zus, de ander zo. De kerk zit iedere dag vol met zulke mensen. Men zoekt Jezus nauwelijks omwille van Jezus.
“U zoekt Mij niet omdat u tekenen hebt gezien, maar omdat u mijn brood hebt gegeten. U moet geen moeite doen voor voedsel dat vergaat, maar voor voedsel dat blijvend is en eeuwig leven geeft. (Joh 6,27) U zoekt Mij nu om iets anders, maar u moet Mij zoeken om wie Ik ben.” Hij geeft immers te kennen dat Hijzelf dat voedsel is. Dat komt in het vervolg naar voren: “De mensenzoon zal het u geven.” (Joh 6,27) U verwachtte, denk ik, opnieuw brood te eten, opnieuw te gaan zitten, opnieuw gevoed te worden. Maar Hij had het over voedsel dat niet vergaat, maar blijvend is en eeuwig leven geeft.
Uit: Aurelius Augustinus – Brood om van te leven: verhandelingen over het Johannesevangelie, [Damon] Budel 2021; p. 86.
