17 mei: 7de zondag van Pasen

7de zondag van Pasen – 17 mei 2026
bij Joh 17,1-11 uit Augustinus’ sermo135,3

Luister naar wat de Heer zegt: “Al het mijne is het uwe en al het uwe is het mijne.” (Joh 17,10) De kwestie van wat de Vader heeft en wat de Zoon, is daarmee afgesloten. Ze hebben het in saamhorigheid. U moet niet moeilijk doen. De daden van de Vader noemt de Heer zijn eigen daden, want “al het mijne is het uwe.” Hij noemt ze de daden van zijn Vader, tot wie Hij zegt: “Al het mijne is het uwe en het uwe is het mijne. Daarom zijn mijn daden de uwe, en uw daden de mijne. Want alles wat de Vader doet…” dat zijn zijn eigen woorden, het zijn de woorden van de Heer, van de eniggeborene, van de Zoon, van de Waarheid. Welke woorden? “Alles wat de Vader doet, doet de Zoon ook, op dezelfde manier.” (Joh 5,19) Geweldig, die uitspraak! Geweldig, die waarheid! Geweldig, die gelijkheid! Alles wat de Vader doet, doet de Zoon ook. De woorden: “Alles wat de Vader doet, doet de Zoon ook,” dat zou al genoeg moeten zijn. Maar dat is niet zo. Er staat nog bij: “Op dezelfde manier.” Hoezo, op dezelfde manier? Omdat er mensen zijn die het niet snappen, die rondwandelen terwijl hun ogen nog niet geopend zijn. Ze zeggen steeds weer: “De Vader handelt door te gebieden, de Zoon door te gehoorzamen. Dus niet op dezelfde manier.” Maar als er staat “op dezelfde manier,” doet de een het precies zoals de ander. Wat de een doet, doet de ander net zo.


Uit: Aurelius Augustinus – De weg komt naar u toe: preken over teksten uit het evangelie volgens Johannes. – Budel : Damon, 2007. – p. 215 (= sermo 135,3)