22 november 34ste zondag

34ste zondag door het jaar – Christus, Koning van het heelal – 22 november 2026

bij Mt 25,31-46 uit Augustinus’ sermo 239,7: 

Misschien zegt u nu wel bij uzelf: “Zalig zij die het geluk hebben gehad Christus te mogen ontvangen. O, was ik er toen maar bij geweest! Was ik maar een van die twee geweest, die Hij onderweg tegenkwam!” Zorg dat u onderweg bent, dan zult u Christus uw gast niet mislopen. Denkt u nu echt, dat het u niet meer vergund is Christus te ontvangen? Waarom zegt u “niet meer vergund”? Al bij zijn verrijzenis is Hij verschenen aan zijn leerlingen, steeg Hij op ten hemel en zit daar aan de rechterhand van de Vader. Hij zal pas komen aan het einde der tijden om over de levenden en de doden te oordelen. Maar Hij zal komen in roem, niet in zwakheid. Hij zal zijn rijk schenken (Mt 25,34), geen onderdak zoeken. Is u ontschoten wat Hij zal zeggen, wanneer Hij het rijk zal schenken? “Wat u voor één van mijn geringsten hebt gedaan, dat hebt u voor Mij gedaan.” (Mt 25,40) Deze rijke is arm tot aan het einde der tijden. Hij is wel degelijk behoeftig, niet als hoofd, maar in zijn ledematen. Waar was Hij arm, in wie leed Hij smart toen Hij zei: “Saul, Saul, waarom vervolgt u Mij?” (Hnd 9,4) We moeten Christus dus volgen. Hij is met ons in zijn ledematen en met ons in onszelf. 
Uit: Aurelius Augustinus – Als licht in het hart: preken voor het liturgisch jaar, – Baarn : Ambo 1996, p. 145 (sermo 239,7)