14 mei: Hemelvaartsdag

Hemelvaart van de Heer – 14 mei 2026
bij Hnd 1,1-11 (en Ps 24,9) uit Augustinus’ sermo 377

“Hef, poorten, uw hoofden omhoog, verhef u, ingangen aloud, dat inga de koning der ere!” (Ps 24,9) Dit wordt in één en dezelfde psalm twee keer gezegd: het wordt herhaald na dezelfde woorden, alsof men zou kunnen denken dat het overbodig is en niet nodig. Maar in die herha­ling van dezelfde woorden moet u de doelein­den zien. Laat tot u doordringen waarom het tot twee keer toe werd gezegd. Kijk, de poorten van de hel en de hemel worden eigenlijk twee keer voor Hem geopend: één keer als Hij verrijst en één keer als Hij opstijgt. Het is toch ongewoon dat God in de hel is? Het is toch ook ongewoon dat een mens in de hemel is opgeno­men? Beide keren, op beide plaatsen worden de hoofden benauwd. Wie is dan de koning der ere? (Ps 24,8.10) Hoe kunnen wij deze twee nu onderscheiden? Luister hoe het antwoord aan beide hoofden luidt.
     Op hun vragen krijgen ze het volgende antwoord: “De Heer, machtig en triomfant! De Heer, triomfant in de strijd!” (Ps 24,8) In wat voor strijd? De dood onder­gaan voor de stervelin­gen, alleen lijden voor allen; hoewel almachtig zich niet verzetten, en toch overwinnen door te sterven. Die koning der ere is dus machtig, zelfs in de hel. Dit wordt ook herhaald voor de hemelse scharen: “Hef, poorten, uw hoofden omhoog, verhef u, ingangen aloud.” Gaat het soms niet om de aloude ingangen waarvan Petrus de sleutels kreeg? (Mt 16,19) Maar omdat Christus de mens mét zich verheft, wordt daar over Hem gezegd alsof Hij niet wordt herkend: “Wie is dan de koning der ere?” Omdat Hij daar echter geen strijder meer is, maar overwinnaar en omdat Hij daar niet vecht, maar zegeviert, luidt het antwoord daar niet: “De Heer, triomfant in de strijd,” maar: “De Heer der hemelse scharen. Hij is de koning der ere.” (Ps 24,10)


Uit : Aurelius Augustinus – Als licht in het hart: preken voor het liturgisch jaar. – Baarn 1996. – p. 226 (= sermo 377)