Kerstnacht


25 december
Kerstnacht bij Lc 2,1-14 uit Ambrosius’ exp.eu.Lc. 2,36-37

Nu wij over de geboorte van de Heiland gaan spre­ken is het, dachten wij, niet misplaatst de vraag op te werpen naar de tijdsomstandigheden waarin Hij ter wereld kwam. Wat heeft nu de aangifte van wereldse gegevens te maken met de geboorte van de Heer? Ook dat is een goddelijk mysterie. Onder het uiterlijk van de wereldse aangifte voltrekt zich er een op geestelijk vlak, niet voor de aardse maar voor de hemelse vorst bestemd. Deze aangifte van het geloof registreert het innerlijk leven van de mensen. Nu de oude heffing in de synagoge is afgeschaft, wordt er een nieuwe voor de kerk voorbereid: niet om dwangsommen op te eisen maar om die af te schaffen. …­­ Hier worden geen landerijen opgemeten, maar zielen en harten gepeild­. Hier worden geen grenzen vastgesteld maar vooruitgeschoven. Hier maakt men geen onderscheid tussen oud en jong, maar wordt iedereen bijge­schreven. Niemand is immers van deze heffing vrijgesteld, omdat mensen van alle leeftijden schatplichtig zijn aan Christus. …
    Bij deze aangifte hoeft u niets te vrezen dat schrik aanjaagt, niets dat harteloos aandoet, niets dat ­ongelukkig maakt. Deze aanslag ondertekent iedereen alleen met het geloof. Wilt u weten hoe de belastingdienaren van Christus zijn? Zij krijgen de opdracht de vermogens op te nemen zonder stok en terreur, het volk te winnen met welwillendheid, het zwaard in de schede te steken en geen goud te bezitten (Vgl. Mt 10,9-10, Mc 6,8-9 en Lc 9,3). Met zulke belastingdienaren is de wereld gewonnen. Kortom, de plicht om zich te melden gold de hele wereld. Daaruit kunt u opmaken dat deze aangifte niet van Augustus maar van Christus uitging.

Uit: Peter Eijkenboom S.J., Fried Pijnenborg S.J. en Hans van Reisen, Ambrosius van Milaan Zingen met mijn geest en ook met mijn verstand: uitleg van het evangelie volgens Lucas [Expositio euangelii secundum Lucam, [Damon] Budel 2005, 107-108 ( = ex.eu.Lc. 2,37-38).

Door naar Kerstdag