15 november 33ste zondag

33ste zondag door het jaar – 15 november 2026
bij Mt 25,14-30  uit Augustinus’ sermo 94: 

U hebt in het evangelie niet alleen over het loon van de goede dienaren gehoord, maar ook over de straf van de slech­te. En waarin bestond de slechtheid ­van de die­naar die werd af­ge­keurd en zwaar veroordeeld? De hele slecht­­heid bestond hier­in dat hij het bedrag dat hij had ont­van­gen, niet had willen uitgeven (Mt 25,26-27). Hij had het opge­bor­gen en er niets mee gedaan. Maar zijn heer vroeg de ren­te op! God is hebzuchtig als het gaat om ons heil. Als ie­mand die niets investeert al zo zwaar wordt veroor­deeld (Mt 25,30), wat staat degenen die verlies maken, dan wel niet te wachten? 

      Wij bisschoppen zijn bankiers, wij zetten kapitaal uit, en u, u neemt het in ontvangst. Wij vragen rente; aan u de taak om goed te le­ven! Want dat is de opbrengst die wij uit onze investe­rin­gen halen. Maar ­die investe­rin­gen hebben dan ook wel degelijk iets met u te maken. Denk maar niet dat dit niet zo is. U kunt niet investeren vanaf een verhoging als deze, maar verd­er wel over­al waar u ook maar bent. Als Chris­tus wordt aan­ge­val­len, verde­dig Hem dan. Dien ze van re­pliek, die beroepskankeraars. Wijs ze terecht, die kwaadsprekers. Blijf bij ze uit de buurt. Zo kunt u investeren: door een paar mensen te winnen. 
      Doe hetzelfde werk als ik, maar dan in uw eigen huis. Een bisschop wordt zo genoemd omdat hij toezicht houdt, omdat hij door over de mensen te waken voor hen zorgt. Ie­dereen moet dus in zijn eigen huis, als je tenminste ge­zinshoofd bent …, iedereen moet het als zijn taak beschouwen om toezichthouder te zijn, om erop te letten hoe de zijnen ge­lo­ven, dat niemand van hen zich blindelings in een kette­rij stort, zijn vrouw niet, zijn zoon niet, zijn dochter niet, en ook zijn dienaar niet omdat die voor zoveel is gekocht. Het onderricht van de apostel heeft aan de heer de leiding gegeven over de dienaar, en de dienaar ondergeschikt ge­maakt aan de heer (Ef 6,5). Maar Christus heeft voor beiden een en dezelfde prijs gegeven. De minsten on­der u mag u niet minachten. U moet met de grootst moge­lij­­ke waak­zaamheid voor het heil van uw huisgenoten zorgen. Als u dat doet, investeert u. Dan zult u geen luie die­naar zijn, dan zult u niet bang hoeven te zijn voor zo’n afschuwelijke ver­oordeling.


Uit: : Aurelius Augustinus – Van aangezicht tot aangezicht: preken over teksten uit het evangelie volgens Matteüs, – Amsterdam : Ambo 2004 (- Budel : 2010), p. 590-591.