25 december 2025
bij Joh 1,1-18 uit Augustinus’ sermo 118,2:
Laat God de ruimte om voort te brengen wat eeuwig is. Alstublieft, luister goed over wie we het hebben. … We hebben het over God. We belijden en geloven dat de Zoon even eeuwig is als de Vader. “Maar,” zeggen ze, “als mensen kinderen krijgen, is de eerste generatie ouder dan de tweede generatie.” Ja, dat is zo: bij de mensen is de eerste generatie ouder dan de tweede. Maar het kind gaat zijn vader in kracht evenaren. En dat komt natuurlijk omdat de een opgroeit en de ander ouder wordt. Als de vader stil stond in de tijd en het kind hem al groeiend zou inhalen, dan zou u op een bepaald moment kunnen vaststellen dat ze even oud waren. Goed, ik geef u een voorbeeld om het te kunnen begrijpen. Het vuur brengt een gloed voort die even oud is als het vuur zelf. Bij de mensen vindt u alleen maar kinderen die jonger zijn dan hun ouders; ze zijn nooit even oud. Maar zoals gezegd, ik geef u een voorbeeld: de gloed die even oud is als het vuur, zijn vader. Het vuur brengt namelijk gloed voort en bestaat nooit zonder gloed. Als u dan inziet dat de gloed even oud is als het vuur, sta God dan een even eeuwige zoon toe. Als u het begrijpt: wees blij. Als u het niet begrijpt: geloof! Want het woord van de profeet kan niet ongedaan worden gemaakt: “Als u het niet gelooft, zult u het niet begrijpen.” (Js 7,9 LXX).
Uit: Joke Gehlen-Springorum, Vincent Hunink, Hans van Reisen en Annemarie Six-Wienen, Aurelius Augustinus – De weg komt naar u toe: preken over teksten uit het evangelie volgens Johannes [Sermones de scripturis 117-147A + 368]
[Damon] Budel 2007, 59 (= sermo 118,2).
