29 mrt 6de zondag Palmzondag

6e zondag van de veertigdagentijd – Palmzondag – 29 maart 2026
bij Mt 26,14-27,66 uit Ambrosius’ exp.eu.Lc.9,9 
De apostelen spreiden dan ook voor Christus hun eigen kleren op de weg (Mt 21,8)). Het kan zijn dat zij het evangelie wilden verkondigen en zo het glorieuze gebeuren een bijzonder reliëf wilden geven. Want in de Heilige Schrift staan “kleren” gewoonlijk voor deugden en die moesten ook het onverzettelijke onder de heidenen wat minder weerbarstig maken (Vgl. Hl 4,11, Apk 3,5; 3,18 en 4,4). Zij wilden in hun enthousiasme hun inzet tonen en de intocht voorspoedig laten verlopen, zonder een enkele hindernis. De Heer van de wereld liet zich immers niet voor eigen genoegen met uiterlijk vertoon op de rug van een ezelin voortrijden. De diepere betekenis ervan bleef verborgen: Hij wilde diep in onze geest een plaats voor zich inrichten. Hij zou zich binnen de schuilhoeken van onze harten neerzetten en er als een mystieke ruiter zijn plaats vinden. Eenmaal binnengeraakt om zo te zeggen met het lichaam dat zijn godheid ten dienste stond, zou Hij de stappen van het verstand in goede banen leiden en de grillen van het vlees beteugelen. Zo kon Hij de houding van de heidenen aan die leiding van liefde laten wennen en daarmee in bedwang houden. Geluk­kig die in hart en nieren zo’n ruiter verwelkomd hebben. Gelukkig de mensen die zich het bit van het hemels Woord lieten aanleggen om niet op hol te slaan met een vloed van woorden (Spr 10,19).


Uit : Ambrosius van Milaan – Zingen met mijn geest en ook met mijn verstand: uitleg van het evangelie volgens Lucas. – Budel : Damon, 2005. – p. 460 (= ex.eu.Lc. 9,9)