27 dec. Heilige Familie

27 december 2026 – zondag binnen het kerstoctaaf: feest van de heilige familie
bij Lc. 2,22-40 of Lc. 22,39-40 uit Ambrosius’ uitleg van het Lucasevangelie 2,58-59:

Niet alleen door engelen en profeten, door herders en verwanten, maar ook door ouden en rechtvaardigen wordt de geboorte van de Heer bevestigd. Elke leeftijd, beide geslachten en het wonder in de gebeurtenissen versterken het geloof. Een maagd wordt moeder (Js 7,14 en Lc 1,31), een onvruchtbare brengt een kind ter wereld (Lc 1,7 en 13) en een stomme spreekt (Lc 1,64) Elisabet krijgt de geest (Lc 1,41), een magiër aanbidt (Mt 2,11), een ongeborene springt op (Lc 1,41), een weduwe looft God (Lc 2,38) en een rechtvaardige wacht op het heil (Lc 2,27). Voorzeker was het een rechtvaardige: hij zoch niet de eigen begenadiging maar die van het volk. Hij verlangde zelf uit de boeien van de lichamelijke broosheid te worden verlost maar bleef toch wachten om de beloofde te zien. Hij wist namelijk: “Gelukkig de ogen die zien.” (Lc 10,23)

Dan zegt Simeon: “Laat nu uw dienaar gaan.” (Lc 2,29) Let op de rechtvaardige: hij ziet zich als het ware in een kerker opgesloten door de last van zijn lichaam en wil heengaan. Zo begint voor hem zijn leven met Christus: heengaan en met Christus zijn is verreweg het beste (Fil 1,23). Maar wie wil worden vrijgelaten, moet naar de tempel komen, naar Jeruzalem (Lc 2,27-28). Hij moet uitzien naar de Gezalfde van de Heer. Hij moet het Woord van God in handen krijgen en het als het ware omhelzen met de armen van het geloof. Dan zal hij heen mogen gaan om geen dood meer te zien, omdat hij het leven heeft gezien (Lc 2,30).

Uit: Ambrosius van Milaan – Zingen met mijn geest en ook met mijn verstand: uitleg van het evangelie volgens Lucas; – Budel : Damon 2005, p. 118-119.