13de zondag door het jaar – 27 juni 2027
bij Marcus 5,21-43 uit Augustinus’ sermo 229K,1-2:
Christus wordt beter door het geloof dan met het lichaam aangeraakt. Echt aanraken is Christus door het geloof aanraken. Met geloof naderde Hem die vrouw, die aan bloedvloeiing leed, en zij raakte met haar hand zijn mantel: zij raakte met geloof zijn majesteit (Mc 5,25-28). Zie nu wat aanraken is! De Heer die door het gedrang van de menigte in verdrukking kwam, werd door één vrouw aangeraakt. Hij zei immers: “Wie heeft Mij aangeraakt?” (Lc 8,45) De leerlingen verwonderden zich omdat er van alle kanten een menigte tegen Hem aandrong. Zij antwoordden: “Een menigte dringt tegen U aan en U vraagt: Wie heeft Mij aangeraakt?” Maar Hij zei: “Iemand heeft Mij aangeraakt.” (Mc 5,31) Als de menigte tegen U aandringt, raakt zij niet aan. Waarom anders heeft die vrouw U aangeraakt, dan omdat zij geloofde?
Maar nu, broeders en zusters, is Jezus in de hemel. Toen Hij bij de leerlingen was in een zichtbaar lichaam en in een tastbaar lichamelijk wezen, is Hij gezien en aangeraakt. Maar wie van ons kan Hem aanraken, nu Hij gezeten is aan de rechterhand van de Vader? Wee ons, als wij Hem niet met geloof aanraken! Wij allen die geloven, raken aan. Zeker, Hij is in de hemel. Jazeker, Hij is ver weg. Ongetwijfeld is niemand bij machte in te schatten hoe onmetelijk ver Hij van ons is verwijderd. Geloof en u raakt aan. Waarom ik zeg: “U raakt aan”? Omdat u gelooft, draagt u degene bij u in wie u gelooft.
Uit: Aurelius Augustinus – Als lopend vuur: preken voor het liturgisch jaar 2; – Amsterdam : Ambo 2001, p. 139.
