11 april: 3de zondag Paastijd

3de zondag van de paastijd – 11 april 2027
bij Lucas 24, 35-48 uit Augustinus’ sermo 229J,5:
Christus heeft overtuigend bewezen dat Hij het hoofd is. Wat betekent dat voor ons? Wat betekent dat voor het lichaam? Christus is het hoofd, de kerk is het lichaam (Kol 1,18). De apostelen hebben wel het hoofd gezien, maar de toekomstige kerk zagen ze niet. Let op, ze zagen het hoofd, ze raakten het aan, ze omhelsden het en gingen met het hoofd om. Maar de toekomstige kerk zagen zij niet. Waar blijven wij dan?

Op de een of andere manier moest Hij zowel de bruidegom als de bruid uitdrukkelijk vermelden in de gebruikelijke huwelijksakte. Omdat Hij wel de bruidegom liet zien, maar zweeg over de bruid, is het in feite een halve bruiloft. Mogen de hemelse beloften worden vervuld. De bruidegom is verschenen, moge ook de bruid verschijnen. Híj is al aanwezig, zíj is toekomst: Hij in de verrijzenis, zij in de prediking. De apostelen moesten de bruidegom zien en moesten in de bruid geloven. Hoe is Hij gezien? Kijk maar, een geest heeft geen vlees en beenderen zoals u ziet dat Ik heb (Lc 24,39). Vervolgens maakte Hij hun geest toegankelijk. De Christus moest lijden en op de derde dag verrijzen (Lc 24,46). Wij zien de Heer nu, wij kennen de Heer nu, wij raken Hem aan, wij horen Hem en geloven. Waar blijft de kerk dan?

In zijn naam moet bekering tot vergiffenis van de zonden gepredikt worden (Lc 24,47). Waar moet gepredikt worden en tot hoever? Laat niet een vreemde bruid uit een of andere uithoek naar voren komen en ten onrechte de plaats van de uwe innemen. Waar en tot hoever? Onder alle volken, te beginnen met Jeruzalem. Ziet u wat u hoorde, daarmee wordt de kerk bedoeld.

Maar toen de leerlingen die dingen hoorden, zagen ze niet een kerk verspreid onder alle volken. Ze zagen het één en geloofden in het andere. Zij zagen het hoofd en geloofden in het lichaam. Wij zien het lichaam en moeten geloven in het hoofd.

Uit: Aurelius Augustinus – Als licht in het hart: preken voor het liturgisch jaar; – Baarn : Ambo 1996, p. 126-127.