Drievuldigheidszondag – 23 mei 2027
bij Mattëus 28,16-20 uit Augustinus’ sermo 64A,2:
De Heer zei:: “Weet wel, Ik ben met jullie tot aan de voleinding van de wereld.” (Mt 28,20) U denkt toch niet dat zij die toen de stem van de Heer hadden gehoord, hier moesten blijven tot aan de voleinding van de wereld? Nee, de Heer dacht niet alleen aan hen die moesten heengaan, maar ook aan de anderen die nog zouden volgen – en dat zijn niet alleen wij, maar ook degenen die in dit leven na ons zullen komen. En Hij zag allen verenigd in zijn ene lichaam. Zij waren dus niet de enigen die de stem hoorden die zei: “Ik ben met jullie tot aan de voleinding van de wereld.” Wij hebben haar ook gehoord. En als we haar toen hoorden zonder het zelf te weten, dan hoorden we haar in ieder geval omdat Hij altijd al wist dat Hij met ons zou zijn.
Uit: Aurelius Augustinus – Van aangezicht tot aangezicht: preken over teksten uit het Matteüsevangelie; – Budel : Damon 2011 (tweede druk), p. 238.
