12de zondag door het jaar – 20 juni 2027
bij Marcus 4, 35-41 uit Augustinus’ sermo 63,2:
Hoort u harde taal, dan is dat de wind. Bent u boos, dan zijn dat de golven. En iedereen weet: als de wind waait en de golven stijgen, dan is de boot in gevaar, dan is je hart in gevaar, dan is je hart een speelbal van de golven. Als je harde taal hoort, dan zin je op wraak. Maar pas op! Wreekt u zich echt, dan bezwijkt u onder het kwaad van een ander en lijdt u zelf schipbreuk. En waarom? Omdat Christus in u slaapt. En dat Christus in u slaapt, wil zeggen dat u Hem vergeten bent. Maak Christus dus wakker, haal Hem u weer voor de geest. Laat Christus in u wakker worden, geef Hem de volle aandacht.
Wat wilde u ook alweer? O ja, u wreken. Is u dan ontgaan wat Hij zei, toen Hij werd gekruisigd? Hij zei: “Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen.” (Lc 23,34) Hij die in uw hart sliep, heeft zich nooit willen wreken. Maak Hem wakker, denk weer aan Hem. Aan Hem denken is: luisteren naar wat Hij zegt. Aan Hem denken is: doen wat Hij gebiedt. En als Christus in u wakker is, zult u bij uzelf zeggen: “Wat voor iemand ben ik eigenlijk, dat ik me wil wreken? Wie ben ik dat ik een ander bedreig? Misschien sterf ik wel voordat ik me kan wreken! En wanneer ik, vlammend van woede, snakkend naar adem en dorstend naar wraak mijn lichaam verlaat, dan neemt Hij die zich niet heeft willen wreken, mij niet op. Dan neemt Hij die heeft gezegd: Geef en u zal gegeven worden (Lc 6,38), en: Vergeef, en u zal vergeven worden (Lc 6,37), mij niet op. Laat ik mijn woede dus bedwingen en terugkeren naar de rust van mijn hart.”
Uit: Aurelius Augustinus – Van aangezicht tot aangezicht: preken over teksten uit het Matteüsevangelie; – Budel : Damon 2011 (tweede druk), p. 224-225.
