24 juni 2027 – geboorte van de heilige Johannes de Doper
bij Lucas 1,57-66.80 uit Augustinus’ sermo 288,1:
Het feest van deze dag brengt ons door zijn jaarlijkse terugkeer weer in herinnering dat de voorloper van de Heer op een wonderbaarlijke manier is geboren vóór Hemzelf, de wonderbaarlijke. Het is dus vandaag wel bijzonder gepast zijn geboorte te overdenken en te verheerlijken. Aan die wonderbaarlijke gebeurtenis is immers jaarlijks een dag gewijd om te voorkomen dat de weldaden van God en de grote werken van de Allerhoogste vergeten worden en daardoor uit onze harten weggewist.
Johannes werd dus als de heraut van de Heer vóór Hem uitgezonden, maar hij was door Hem gemaakt. Alles is immers door Hem gemaakt en zonder Hem is niets gemaakt (Joh 1,3). Er werd een mens gezonden vóór de mens die God was: hij herkende zijn Heer en kondigde zijn Schepper aan. De Heer was al op aarde aanwezig, toen Johannes Hem met zijn geest zag en met zijn vinger aanwees. Dit zijn namelijk de woorden die hij sprak, toen hij de Heer aanwees en zijn getuigenis aflegde: “Daar is het lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt.” (Joh 1,29) Niet zonder reden had dus een onvruchtbare vrouw de heraut gebaard, een maagd de rechter. In de moeder van Johannes werd de onvruchtbaarheid vruchtbaar (Lc 1,7-24), in de moeder van Christus werd de ongereptheid niet door de vruchtbaarheid geschonden (Lc 1,30-35).
Wanneer u allen met geduld, rustige belangstelling en aandachtig stilzwijgen mij in staat stelt om met de hulp van de Heer te zeggen wat Hij mij te zeggen geeft, dan zal ongetwijfeld de vrucht van uw aandacht en de beloning voor mijn ijver erin bestaan dat ik in uw oren en harten iets binnenbreng dat verband houdt met een groot geheim.
Uit: Arie Akkermans, Elisabeth van Ketwich Verschuur en Hans van Reisen, Aurelius Augustinus – De goede geur van Christus: preken over heiligen; – Budel : Damon 2010, p. 168-169.
