7 juni: Sacramentsdag

Sacramentsdag – 7 juni 2026 
bij Joh 6,51-58 uit Augustinus’ Augustinus’ Io.eu.tr. 26,13

“Mijn lichaam,” zegt Jezus, “is voor het leven van de wereld.” (Joh 6,51) De gelovigen kennen het lichaam van Christus als ze hun best doen lichaam van Christus te zijn. Laten ze lichaam van Christus worden als ze willen leven van de Geest van Christus. Alleen het lichaam van Christus leeft van de Geest van Christus. Broeders en zusters, u moet goed begrijpen wat ik bedoel. U bent mens en u heeft zowel een geest als een lichaam. Geest noem ik wat ook als ziel wordt aangeduid, datgene waardoor u mens bent. Want u bestaat uit ziel en lichaam. U heeft dus een geest die onzichtbaar is en een lichaam dat zichtbaar is. Vertel mij nu eens: wat leeft dankzij wat? Leeft uw geest door uw lichaam of leeft uw lichaam door uw geest? Het antwoord van iedereen die leeft – en als iemand hier geen antwoord op heeft, dan weet ik niet of hij wel leeft … hoe luidt het antwoord van iedereen die leeft? “Mijn lichaam leeft natuurlijk door mijn geest.” Wilt u dus ook leven door de Geest van Christus? Dan moet u deel uitmaken van het lichaam van Christus. Míjn lichaam leeft toch immers niet door úw geest? Nee, míjn lichaam leeft door míjn geest en úw lichaam door úw geest. Zo kan het lichaam van Christus alleen leven door de Geest van Christus. Vandaar dat Paulus bij zijn uitleg van wat dit brood betekent, zegt: “Wij vormen, hoewel met velen, één brood en één lichaam.” (1 Kor 10,17) Wat een geheim vol liefde, wat een teken van eenheid, wat een band van liefde! Wie leven wil, heeft een plek waar hij kan leven en een bron waaruit hij kan leven! Laat hij naderen, laat hij geloven en deel gaan uitmaken van het lichaam om tot leven te komen. Laat hij er niet voor terugschrikken om met andere ledematen in een groter geheel verbonden te worden. Laat hij niet een afstervend lichaamsdeel zijn dat moet worden weggesneden, of een mismaakt lichaamsdeel waar men zich voor schaamt. Laat hij een mooi, harmonieus en gezond lichaamsdeel zijn. Laat hij zich binden aan dat lichaam en laat hij door God leven voor God. Nu moet hij zwoegen op aarde, dan zal hij later als koning heersen in de hemel!

Uit: Aurelius Augustinus – Brood om van het leven: verhandelingen over het Johannesevangelie 25-54. Eindhoven : Damon, 2017 – p. 112 (= Io.eu.tr. 26,13)