28ste zondag door het jaar – 11 oktober 2026
bij Mt 22,1-14 uit Augustinus’ sermo 90,6:
Wat is die bruiloftskleding dan? Dit is de bruiloftskleding: de liefde, die voortkomt uit een zuiver hart, een goed geweten en een ongeveinsd geloof (1 Tim 1,5). Zo zegt Paulus het althans, als hij het heeft over het doel van een gebod. De liefde, dát is de bruiloftskleding! Maar niet zomaar iedere liefde. Heel vaak zie je dat mensen met een slecht geweten ook op elkaar gesteld zijn. Mensen die samen roofovervallen plegen, samen misdaden begaan, met dezelfde acteurs dwepen en in het stadion dezelfde wagenmenners en jagers aanvuren, zijn heel vaak op elkaar gesteld. Maar dat is anders, dat is geen liefde die voortkomt uit een zuiver hart, een goed geweten en een ongeveinsd geloof. Alleen die laatste liefde is de bruiloftskleding.
“Al spreek ik met de tongen van mensen en engelen,” zegt Paulus, “als ik de liefde niet heb, ben ik een galmend bekken of een schelle cimbaal.” (1 Kor 13,1) Daar kwamen alleen de tongen, en ze kregen te horen: “Hoe zijn jullie hier binnengekomen zonder bruiloftskleding?” (Mt 22,12) Paulus vervolgt dan: “Al heb ik de gave van de profetie, al weet ik de kennis van alle geheimen, al heb ik een geloof dat bergen zou kunnen verzetten, als ik de liefde niet heb, ben ik niets.” (1 Kor 13,2) Ziet u, dat zijn nu de wonderdaden van mensen die meestal geen bruiloftskleding aanhebben. Als Paulus alle genoemde dingen wel heeft, maar hij heeft Christus niet, dan is hij niets (1 Kor 13,2). Want hij zegt duidelijk: “Als ik de liefde niet heb, ben ik niets.”
Dus de gave van de profetie is niets? En de kennis van de geheimen? Is die ook niets? Jawel, de gave van de profetie en de kennis van de geheimen zijn wel degelijk iets, maar ík ben niets als ik die wel heb, maar de liefde niet. Hoeveel goede dingen zijn er niet die niets meer voorstellen als er één goed ding ontbreekt? Als ik de liefde niet heb, maar wel overvloedig aalmoezen geef aan de armen, wel om de naam van Christus te kunnen belijden zover ga, dat ik mijn bloed wil vergieten en dat ik de vuurdood wil ondergaan – die dingen kunnen ook gebeuren uit zucht naar roem – dan zijn dat ijdele bezigheden. Paulus somt al deze dingen één voor één op, omdat ze juist door zucht naar roem ijdel kunnen worden, in plaats van rijk door toegewijde liefde. Luister maar: “Al deel ik mijn bezit uit aan de armen, al geef ik mijzelf prijs aan de vuurdood, als ik de liefde niet heb, helpt het mij niets.”
Dat is dus de bruiloftskleding, die liefde. Ga het maar na bij uzelf. Als u bruiloftskleding hebt, kunt u gerust deelnemen aan de maaltijd van de Heer. Iedere mens heeft twee aandriften: zijn liefde en zijn begeerte. Laat de liefde in u geboren worden als dat nog niet gebeurd is. Is dat al wel gebeurd, voed haar dan, koester haar en laat haar groeien.
Uit: : Aurelius Augustinus – Van aangezicht tot aangezicht: preken over teksten uit het evangelie volgens Matteüs, – Amsterdam : Ambo 2004 (- Budel : 2010), p. 546-547 (sermo 90,6)
