3de zondag van de Advent

14 december 2025
bij Mt 11,2-11 uit Augustinus’ sermo 66,2

Johannes de Doper gaf een gunstig getuigenis van de Heer, en de Heer deed hetzelfde van Johannes. “On­der hen die uit vrouwen ge­bo­ren zijn,” zei de Heer, “is er niemand opgestaan die groter is dan Johannes de Do­per. Maar de klein­ste is in het rijk der hemelen weer groter dan hij.” (Mt 11,11) Door die woor­den te gebruiken wilde de Heer het tot ons laten doordringen dat Hij het over zichzelf had: de kleinste in leeftijd, de grootste in majes­teit. Onder de mensen is Johannes heel groot, onder de men­­sen is alleen Christus groter dan hij.
    Je kunt die woorden van de Heer ook anders opvatten: “Onder hen die uit vrouwen geboren zijn, is er nie­mand opgestaan die groter is dan Johannes de Doper. Maar de kleinste in het rijk der hemelen is groter dan hij.” ­­­Dat is dus anders dan zojuist toen ik zei: “Maar de kleinste is in het rijk der hemelen gro­ter dan hij.” Met “het rijk der hemelen” bedoelt de Heer dan de plaats waar de engelen zich bevinden. En de kleinste on­der de engelen is nog altijd groter dan Johannes. De Heer beveelt ons een rijk aan om ernaar te verlangen. En Hij stelt ons een stad in het vooruit­zicht waarvan we de inwoner moeten wil­len zijn. Wat voor mensen wonen daar dan? En hoe groot zijn ze? Zelfs de kleinste is daar nog groter dan Johan­nes. Welke Johannes? Wel, die Johannes van wie de Heer zegt dat er onder hen die uit vrouwen geboren zijn, nie­mand is opgestaan die groter is dan hij.


Uit: Aurelius Augustinus – Van aangezicht tot aangezicht: preken over teksten uit het evangelie volgens Matteüs. – Amsterdam : Ambo, 2004 – p.261  (= sermo 66,2).