14 feb: 1ste zondag 40dagentijd

1e zondag van de veertigdagentijd – 14 februari 2027
bij Mc 1,12-15 uit Augustinus’ sermo 208,1:
De tijd is weer aangebroken om u, geliefden in de Heer, zoals ieder jaar aan te vuren en aan te sporen. Toegegeven, ook al zeg ík helemaal niets, deze tijd alleen al is voldoende om u aan te vuren en aan te sporen om u vuriger en geestdriftiger dan anders te wijden aan het vasten, het bidden en het geven van aalmoezen. Mijn preek zal u daarbij nog helpen. Dan kan uw geest ook door het klaroengeschal van mijn stem zijn krachten bundelen om zich teweer te stellen tegen de verlangens van het lichaam. Laat uw vasten dus zonder ruzie zijn, zonder getier en bloedvergieten. Zo kunnen ook wie zich onder uw juk bevinden de ontspanning ervaren die een veilig gevoel geeft en weldadig is. Zo kan men een ongenadige strengheid beteugelen zonder de heilzame tucht te laten varen.
      Maar wanneer u zich onthoudt van bepaalde spijzen om uw lichaam te bedwingen – ook al gaat het om eten dat is toegestaan – bedenk dan dat voor de reinen alles rein is (Hnd 10,15 en 11,9). U hoeft niets als onrein te beschouwen, behalve dat wat door onbetrouwbaarheid bezoedeld is. De apostel Paulus zegt immers: “Voor wie besmet en onbetrouwbaar zijn is niets rein.” (Tit 1,15) Maar wanneer gelovigen hun lichaam volkomen dienstbaar maken, komt al wat op het lichamelijk genot in mindering wordt gebracht, het geestelijke welzijn ten goede. En daarom moet u ervoor waken er niet op uit te zijn de ene dure spijs door de andere te vervangen, of – erger nog – op zoek te gaan naar spijzen zonder vlees, maar dan duurdere. Wanneer u immers het lichaam tuchtigt en volkomen dienstbaar maakt, dient u het genot te matigen, niet te veranderen. Wat maakt het nu uit bij wat voor eten u het verwijt toegespeeld krijgt van onmatige begeerte? De begeerte van de Israëlieten is in geen geval alleen om het eten van vlees veroordeeld door de stem van God (Nu 11,33). Het ging toch ook om bepaalde vruchten van boom en veld. En Esau verloor zijn eerstgeboorterecht niet om een varkenspoot, maar om linzensoep (Gn 25,30). Om maar te zwijgen over wat de Heer, toen Hij honger had, de verleider antwoordde, met name over het brood (Dt 8,3). De Heer was zeker niet zijn eigen lichaam aan het temmen, alsof het opstandig zou zijn. Wel probeerde Hij ons in zijn barmhartigheid te laten zien wat wij bij dergelijke verleidingen moeten antwoorden.
      Daarom, veelgeliefden, van welk voedsel u zich ook wilt onthouden, denk eraan dat u uw voornemen uitvoert met vrome bescheidenheid en dat u niet op grond van een dwalende goddeloosheid veroordeelt wat God heeft geschapen. Daar komt bij, voor wie van u gebonden is aan een echtgenoot of echtgenote, sla vooral in deze tijd de vermaningen van de apostel Paulus niet in de wind. Sta elkaar toe voor een bepaalde tijd in onthouding te leven om u aan het gebed te wijden (1 Kor 7,5). Deze onthouding kan ook op andere dagen voordeel hebben, maar men zou zich moeten schamen als men die nu niet zou kunnen opbrengen. Naar mijn mening hoeft het geen al te grote opgave te zijn, dat gehuwden jaarlijks op bijzondere dagen datgene doen, wat weduwen hebben beloofd vanaf een bepaalde periode van hun leven, en wat gewijde maagden voor heel hun leven op zich hebben genomen.

Uit: Aurelius Augustinus – Als licht in het hart: preken voor het liturgisch jaar; – Baarn : Ambo 1996, p. 60