10de zondag door het jaar – 6 juni 2027
bij Marcus 3,20-35 uit Augustinus’ sermo 71,19-20:
Met de hulp van de Heilige Geest vergeeft Christus de Heer dus zonden, net zoals Hij met de hulp van de Heilige Geest demonen uitdrijft. Dat valt althans op te maken uit wat Hij tegen zijn leerlingen zei na zijn verrijzenis uit de doden. Hij sprak eerst de woorden: “Ontvang de Heilige Geest,” (Joh 20,22) en ging onmiddellijk daarna door met: “Als jullie iemand zijn zonden vergeven, dan zijn ze ook vergeven; als jullie ze niet vergeven, dan blijven ze bestaan.” (Joh 20,23)
Iets vergelijkbaars gebeurt ook bij de doop, de hergeboorte: ook daar vindt een totale vergeving van zonden plaats met de hulp van de Heilige Geest. De Heer zegt daarover: “Alleen wie herboren wordt uit water en Geest, is in staat het rijk van God binnen te gaan.” (Joh 3,5) En geboren worden uit Geest is iets heel anders dan gevoed worden uit die Geest. Net zoals het iets heel anders is om geboren te worden uit een lichaam dan om gevoed te worden met dat lichaam. Het een gebeurt als een moeder haar kind baart, het ander als zij het de borst geeft. Het kind ligt lekker te drinken aan de borst van de moeder door wie het ter wereld is gebracht. Zo voedt zij het leven dat zij eerder heeft gegeven.
De eerste weldaad die de milde God ons gelovigen bewijst, is de vergeving van zonden met de hulp van de Heilige Geest. Daarom wordt het begin van de verkondiging van Johannes de Doper, die vóór de Heer uit was gezonden, als volgt beschreven: “In die dagen kwam Johannes de Doper in de woestijn van Judea verkondigen: Bekeer u, want het rijk der hemelen is ophanden.” (Mt 3,1-2) En de verkondiging van de Heer begint op dezelfde manier, want verderop staat: Vanaf toen begon Jezus te verkondigen. Hij zei: ‘Bekeer u, want het rijk der hemelen is ophanden.” Mt 4,17) Johannes richtte zich tot hen die zich door hem kwamen laten dopen, hij zei onder meer: “Ik doop u met water opdat u zich bekeert. Maar Hij die na mij komt, is krachtiger dan ik. Ik ben het niet waard om Hem zijn sandalen te brengen. Hij zal u dopen met Heilige Geest en vuur.” (Mt 3,11) Ook de Heer zegt: “Johannes doopte met water, maar jullie zullen gedoopt worden met Heilige Geest, binnen enkele dagen.” (Hnd 1,5) Met Pinksteren dus.
Je kunt in het woord vuur in de aankondiging van Johannes dat de Heer met vuur (Mt 3,11) komt dopen, natuurlijk de martelingen lezen, die de gelovigen te doorstaan zouden krijgen omdat ze de naam van Christus droegen. Toch is het helemaal niet zo vreemd om in het woord vuur ook een verwijzing naar de Heilige Geest te zien. Daarom staat er in de Schrift ook, als de Heilige Geest verschijnt op de dag van Pinksteren: “Er verschenen hun vurige tongen, die zich verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten.” (Hnd 2,3) Daarom zegt de Heer: “Ik kwam om vuur op de wereld te brengen.” (Lc 12,49) En daarom zegt de apostel Paulus: “Wees vurig van geest (Rom 12,11), want dan branden we van liefde.” En de liefde wordt in onze harten uitgestort door de Heilige Geest die ons geschonken wordt (Rom 5,5). Maar: “De liefde van velen zal bekoelen.” (Mt 24,12) Dit plaatst de Heer tegenover deze vurigheid.
De volmaakte gave van de Heilige Geest is de volmaakte liefde. Maar daaraan voorafgaand komt er eerst een gave die tot de vergeving van zonden moet leiden. Door die weldaad worden wij aan de macht van de duisternis ontrukt. (Kol 1,13) Door ons geloof wordt de vorst van deze wereld buitengeworpen (Joh 12,31). Die is nog altijd aan het werk onder de kinderen van het ongeloof (Ef 2,2). Hij krijgt die kans uitsluitend door hun medeplichtigheid met de zonde en hun gebondenheid eraan. Met de hulp van de Heilige Geest die Gods volk verzamelt en bijeenbrengt, wordt de onreine geest die innerlijk verdeeld is, uitgedreven (Mc 3,23-26).
Een onboetvaardige gezindheid gaat in tegen deze onbaatzuchtige gave van God, tegen zijn genade. En die onboetvaardigheid, dát is de lastering tegen de Geest die niet vergeven zal worden, niet in deze tijd en niet in de komende (Mc 3,28-29).
Uit: Aurelius Augustinus – Van aangezicht tot aangezicht: preken over teksten uit het Matteüsevangelie; – Budel : Damon 2011 (tweede druk), p. 238.
