24e zondag door het jaar – 12 september 2027
bij Mc 8,27-35 uit Augustinus’ sermo 76,1:
Het evangelie dat zojuist werd voorgelezen, gaat niet alleen over de Heer Jezus Christus die over het water van het meer liep (Mt 14,24-33), maar ook over de apostel Petrus die, terwijl hij hetzelfde deed, uit angst onzeker werd, uit gebrek aan vertrouwen begon te zinken, maar uit vertrouwen weer bovenkwam. Dit verhaal spoort ons aan om het meer te zien als de huidige tijd en de apostel Petrus als het beeld van de enige kerk. Petrus is namelijk de eerste in rang onder de apostelen (Mc 6,3) en de meest spontane in de liefde voor Christus. Vaak is hij het die namens de hele groep spreekt. Toen de Heer Jezus Christus zijn leerlingen eens vroeg wie Hij volgens de mensen was (Mc 8,27), antwoordden zij dat de mensen daar verschillende opvattingen over hadden (Mc 8,28). Maar toen Hij daarop vroeg: “En jullie, wie ben Ik volgens jullie?” (Mc 8,29) was het Petrus die antwoordde: “U bent de Christus, de Zoon van de levende God.” (Vgl. Mc 8,29) Alleen Petrus geeft dat antwoord, namens de groep, alleen Petrus vertegenwoordigt de eenheid binnen de groep.
Uit: Aurelius Augustinus, Van aangezicht tot aangezicht: preken over teksten uit het evangelie volgens Matteüs; – Amsterdam : Ambo 2004 / Budel : 2011, p. 382.
