25e zondag door het jaar – 19 september 2027
bij Mc 9,30-37 uit Augustinus’ sermo 145,6:
De leerlingen van de Heer Jezus Christus zaten dus nog vast aan de wetten van de wereld: zij hadden nog behoefte aan voedsel, aan bijsturing, aan leiding. Zij hadden namelijk nog begeerten, al zei de wet: “U zult niet begeren.” (Ex 20,17 en Dt 5,21) De leiders van de kudde, die heilige rammen, zijn vast niet boos over mijn woorden. Ze zijn vast niet boos, want ik spreek de waarheid. Het evangelie vertelt dat zij ruzie hadden over wie de grootste onder hen was. En terwijl de Heer nog op aarde was rolden ze over elkaar heen om uit te maken wie de eerste was (Mc 9,34). Hoe dat kwam? Alleen door de oude gewoonten (1 Kor 5,7). Hoe dat kwam? Alleen door de wet in hun lichaam, die strijd voerde tegen de wet van hun verstand (Rom 7,21). Ze wilden aan de top staan, ja dat was inderdaad hun grootste wens. Ze braken zich het hoofd over wie de grootste was. Daarom wordt hun hoogmoed verstoord door een jongetje. Jezus roept een klein kind bij zich om hun hoge ambities af te remmen (Mc 9,33-37).
Uit: Joke Gehlen-Springorum, Vincent Hunink, Hans van Reisen en Annemarie Six-Wienen, Aurelius Augustinus, De weg komt naar u toe: preken over teksten uit het Johannesevangelie [Sermones de scripturis 117-147A]; – Budel : Damon, 2007/2011, p. 326.
