Witte Donderdag – 25 maart 2027
bij Johannes 13,1-15 uit Augustinus’ verhandelingen over het evangelie volgens Johannes 55,7:
Eigenlijk was het geen wonder dat Jezus van tafel opstond en zijn kleren aflegde. Hij was het immers die in de gestalte van God zichzelf ontledigd had (Fil 2,6). Geen wonder dat hij zich met een linnen slavenschort omgordde. Toen Hij de gestalte van een slaaf had aangenomen, werd Hij immers als een mens beschouwd (Fil 2,7). Geen wonder dat Hij water in een waskom goot om er de voeten van de leerlingen mee te wassen. Hij heeft immers zijn eigen bloed over de aarde vergoten om er het vuil van de zondaars mee weg te spoelen. Geen wonder dat Hij met de doek waarmee Hij was omgord, de gewassen voeten heeft afgedroogd. Hij had immers met het lichaam waarmee Hij was bekleed, de schreden van zijn evangelieverkondigers versterkt. Toen Hij zich de linnen doek omdeed, heeft Hij de kleren afgelegd die Hij aanhad. Maar toen Hij zich ontledigde in de gestalte van een slaaf, heeft Hij niet afgelegd wat Hij bezat, maar aangenomen wat Hij niet bezat. Toen Hij gekruisigd ging worden, is Hij opmerkelijk genoeg wel beroofd van zijn kleren en na zijn dood in linnen doeken gewikkeld. Heel dat lijden is een schoonwassen van ons. Het stervensceremonieel dat Hij binnenkort zou ondergaan, heeft Hij dus als dienstbetoon van tevoren zelf verricht.
Uit: Hans Tevel en Hans van Reisen, Aurelius Augustinus – De laatste visvangst: verhandelingen over het Johannesevangelie 55-124 [In Iohannis euangelium tractatus], [Damon] Eindhoven 2021; p. 70.
