8 augustus: 19de zondag

19de zondag door het jaar – 8 augustus 2027
bij Joh 6,41-51 uit Augustinus’ verhandelingen over het Johannesevangelie 26,4:

Als u leest: “Niemand kan bij Mij komen tenzij de Vader hem trekt,” (Joh 6,44) mag u niet denken dat u tegen uw wil getrokken wordt. Ook door liefde kan men geestelijk worden getrokken. En we hoeven niet bang te zijn dat letterknechten die in de verste verte geen inzicht hebben in de goddelijke werkelijkheid, ons bij dit evangeliewoord uit de Heilige Schrift misschien op de vingers tikken en ons vragen: “Hoe kan ik nou uit eigen wil geloven als ik word getrokken?” Ik stel dan: het is maar een deel van het verhaal dat je door je eigen wil wordt getrokken, je wordt ook door verlangen getrokken. Wat dat is, door verlangen getrokken worden? “Zoek uw verrukking bij de Heer en Hij zal geven waar je hart om vraagt.” (Ps 37,4) Er bestaat een soort geestelijk verlangen dat dat hemelse brood als aangenaam ervaart.
  Verder heeft de dichter Vergilius mogen zeggen: Ieder wordt getrokken door zijn verlangen (Eclogae 2,65) – niet door dwang maar door verlangen, niet door verplichting maar door verrukking – met hoeveel meer nadruk moeten wij dan stellen dat je tot Christus wordt getrokken, als de waarheid je in verrukking brengt, het geluk je in verrukking brengt, de gerechtigheid, het eeuwige leven – want dat is Christus allemaal. Of hebben de lichamelijke zintuigen hun eigen verlangens maar ontbreekt het de ziel aan eigen verlangens? Als de ziel niet zijn eigen verlangen bezit, hoe kan dan worden gezegd: “De mensenkinderen mogen hopen op de bescherming van uw vleugels. Zij zullen dronken worden van de overvloed van uw huis. U lest hun dorst met een stroom van vreugden, want bij U is de bron van het leven, in uw licht zien wij licht.” (Ps 36,8-10)
Wie liefheeft weet wat ik bedoel. Wie diepe verlangens heeft, wie honger lijdt, wie in deze woestijn zwerft en dorst heeft en smacht naar de bron van het eeuwige vaderland, zo iemand weet wat ik bedoel. Maar als ik spreek met een onverschillig mens, dan heeft die geen idee waarover ik het heb. Onverschillig waren de mensen die daar onder elkaar mopperden. “Wie door de Vader wordt getrokken,” zegt Christus, “komt bij Mij.” (Joh 6,44)

Uit: Aurelius Augustinus – Brood om van te leven: verhandelingen over het Johannesevangelie, [Damon] Budel 2021; p. 103-104.