27e zondag door het jaar – 3 oktober 2027
bij Mc 10,2-16 uit Ambrosius’ uitleg van het Lucasevangelie 8,2-3:
Wie zijn vrouw verstoot en met een andere trouwt, pleegt echtbreuk en ook wie trouwt met een vrouw die door haar man is verstoten, pleegt echtbreuk (Lc 16,18; vgl. Mt 19,9 en Mc 10,11-12). Eerst moeten we volgens mij bespreken wat de wet over het huwelijk zegt. Dan kunnen we het naderhand hebben over het verbod om te scheiden. Volgens sommigen immers komt ieder huwelijk van God, hoofdzakelijk op grond van de tekst: “Wat God verbonden heeft, moet een mens niet scheiden.” (Mc 10,9) Als nu ieder huwelijk van God komt, dan is elk huwelijk onontbindbaar.
Waarom zei de apostel Paulus dan: “Wil de niet-gelovige partij scheiden, laat haar dan scheiden”? (1 Kor 7,15) Dat is wonderbaarlijk mooi uitgedrukt. Van de ene kant wilde Paulus niet dat er bij christenen een grond voor echtscheiding bleef bestaan; anderzijds gaf hij te kennen dat niet ieder huwelijk van God komt. Want als christelijke vrouwen met heidense mannen een echtpaar vormen, is dat niet op gezag van God. In de wet geldt daarvoor immers een verbod (Vgl. Ex 34,16, Dt 7,3 en Neh 13,23-39).
Maar nu stoten wij op die spreuk van Salomo: “Huis en have zijn een erfenis van de vaderen, maar een verstandige vrouw komt van de Heer.” (Spr 19,4) Wie deze zin in het Grieks leest, vindt er geen tegenstelling in met het voorafgaande, want in de Griekse tekst staat heel toepasselijk het woord harmozetai: wordt harmonisch verbonden. Van harmonie is namelijk sprake als er een geschikte en mooie verhouding tussen alle elementen bestaat. Er bestaat harmonie wanneer met bij elkaar passende orgelpijpen een mooie melodie wordt gespeeld en wanneer met zuiver gestemde snaren fraaie akkoorden blijven klinken. Van harmonie is bij een huwelijk geen sprake wanneer een heidense vrouw tegen de wet in verbonden wordt aan een christelijke man. Waar dus sprake is van een huwelijk, daar is harmonie. Waar harmonie is, daar komt de binding van God. Waar geen harmonie is, bestaan twist en tweedracht. Die komen niet van God, want God is liefde (1 Joh 4,8).
Uit: Ambrosius van Milaan, Zingen met mijn geest en ook met mijn verstand; – Budel 2005, p. 412-413.
