33e zondag door het jaar – 14 november 2027
bij Mc 13,24-32 uit Augustinus’ sermo 60,6
De wereld vergaat! Maar als die vergaat, waarom zorgt u dan niet dat u weg bent? Als een architect u zou zeggen dat uw huis op instorten staat, dan maakt u toch dat u wegkomt in plaats van te gaan staan mopperen? De maker van de wereld zegt u dat de wereld zal vergaan. Hij is niet iemand die je zomaar kunt tegenspreken. Luister naar zijn woord, Hij voorzegt het ons, luister naar zijn raad, Hij waarschuwt ons. Hij voorzegt het ons met de woorden: “Hemel en aarde zullen voorbijgaan.” (Mc 13,31) Hij waarschuwt ons met de woorden: “Bewaar u geen schat in de aarde.” (Mt 6,19) Als u zijn voorzegging gelooft en zijn raad niet in de wind slaat, laat dan ook gebeuren wat Hij zegt.
Want iemand die zo’n raad geeft, wil niet dat u kwijtraakt wat u hebt, maar waarschuwt u er juist voor om het niet kwijt te raken. Waarom luisteren we niet naar Hem als Hij ons de raad geeft om weg te trekken naar de hemel? Want we zullen niet wegtrekken naar die hemel waarover gezegd wordt: “Hemel en aarde zullen voorbijgaan.” Wie luistert er nu naar een raad waardoor je van de regen in de drup komt? Nee, het gaat hier om de hemel der hemelen (Dt 10,14 en 1 K 8,27), zoals je ook het heilige der heiligen (Ex 26,34 en 1 K 6,16) hebt, en de eeuwen der eeuwen (Tob 8,9). Vergaar u een schat in de hemel (Mt 6,20). De hemelen verhalen de heerlijkheid Gods (Ps 19,2). Wanneer u ooit iets aan een rechtvaardige geeft, geeft u het aan de hemel. Maar ook als u het aan een onrechtvaardige geeft – want als uw vijand honger heeft, geeft u hem te eten (Rom 12,20) – dan betekent dat niet dat u op de verkeerde weg bent. U gehoorzaamt namelijk Hem die hemel en aarde gemaakt heeft. Wegwezen dan, zonder aarzelen. Hebt u veel verzameld? Wegwezen, direct. Ik wil niet dat de vroomheid kwijtraakt wat de ijdelheid heeft verzameld. Trek weg. U hebt genoeg om de armen van Christus in overvloed te kunnen laten leven. De rampspoed van de wereld levert u heel wat sjouwers.
Ik heb gesproken en u hebt geluisterd. Of liever: Híj heeft gesproken en we hebben samen geluisterd. Moge Hij die ons de raad gaf om ons te beteren, ons ook de hulp geven om het te doen.
