34e zondag door het jaar (Christus Koning) – 21 november 2027
bij Joh 18,33-37 uit Ambrosius’ uitleg van het Lucasevangelie 3,44:
“Mijn rijk is niet van deze wereld,” (Joh 18,36) Het zijn Jezus’ eigen woorden. Wie zegt dat zijn rijk niet van deze wereld is, geeft te kennen dat het de wereld te boven gaat. Op die manier was zijn rijk er en was het er niet: het was niet ín de wereld, het ging wel de wereld te boven. Er was dus een rijk van andere aard, het rijk van de eigenlijke David; daarvan is Christus de enige erfgenaam. Er was een nageslacht van andere aard, het nageslacht van David dat eeuwig blijft, en daaruit is alleen Christus voortgekomen. Christus is de enige echte Zoon van David, de enige ook die met Davids naam genoemd werd volgens het Schriftwoord: “David, mijn dienaar, heb Ik uitverkoren en met heilige olie gezalfd.” (Ps 89,21) Dit godswoord wordt in elk geval blijkens het voorafgaande niet over de profeet David, maar over de Heer gezegd, want daar staat: “Op een held deed Ik mijn bijstand dalen, Ik verhief uit het volk een uitverkorene.” (Ps 89,20) Welnu, de enige held met macht, de enige uitverkorene is Christus. Heiligen krijgen immers krachtiger nakomelingen door geloof dan door lichamelijke voortplanting. Daarom zegt Paulus: “Zij die uit het geloof zijn, zijn kinderen van Abra¬ham.” (Gal 3,7)
Uit: Ambrosius van Milaan, Zingen met mijn geest en ook met mijn verstand; Budel 2005; p. 169.
